Samengestelde zinnen.


Maak van de twee zinnen steeds twee verschillende samengestelde zinnen. Gebruik het voegwoord voor het invulvak. Let op: soms moet je de tweede zin wat veranderen.
Piet eet te veel ijs.
Piet krijgt buikpijn.
daardoor:
omdat:

Mijn moeder is jarig.
Mijn moeder krijgt een cadeau.
omdat:
daarom:

Ik ga boodschappen doen.
Ik ga naar de supermarkt.
teneinde:
daartoe:

De kachel brandt.
Het wordt lekker warm.
daardoor:
doordat:

Wij gebruiken spaarlampen.
We gebruiken minder strooom.
om:
doordat:

Ik ben blij.
Ik heb een nieuwe fiets gekregen.
omdat:
daarom:

We werden erg moe.
We moesten ver lopen.
waardoor:
doordat:

Ik ben ziek.
Ik ga vandaag niet naar school.
aangezien:
omdat: